Het gekke aan een laatste keer is dat je soms weet dat hij eraan komt. Toch ben je er nooit helemaal op voorbereid. Dat merkte ik tijdens de raadsvergadering van donderdag 9 juli. Niet alleen omdat er belangrijke onderwerpen op de agenda stonden, maar ook omdat we voor de laatste keer vergaderden in de vertrouwde raadszaal in Geleen.
Na het zomerreces vergaderen we tijdelijk in De Ligne. Daarna nemen we onze intrek in het Huis aan de Markt. Maar 9 juli sloot een zaal haar deuren. Een zaal waar jarenlang is vergaderd, gedebatteerd en besloten over de toekomst van Sittard-Geleen.
Misschien is het vreemd dat juist ik dat zo voelde. Ik ben immers pas sinds deze raadsperiode raadslid. Mijn herinneringen aan deze zaal zijn nog jong. Voor veel collega’s was dit het einde van een periode vol debatten, besluiten en ontmoetingen. Voor mij voelde het juist alsof de plek waar mijn politieke reis begon, ineens onderdeel van de geschiedenis werd.
Als inwoner van Geleen kende ik het gebouw natuurlijk al. Maar pas toen ik voor het eerst achter het spreekgestoelte plaatsnam, kreeg de zaal een andere betekenis. Hier voerde ik mijn eerste debatten. Hier bracht ik mijn eerste stem uit. Hier ontdekte ik dat lokale politiek zelden draait om abstracte dossiers. Achter ieder voorstel schuilt een straat, een ondernemer, een sportvereniging, een buurt of een inwoner. Uiteindelijk gaat het nooit om papier, maar altijd om mensen.
Tijdens de vergadering betrapte ik mezelf erop dat ik af en toe even om me heen keek. Niet naar degene die aan het woord was, maar naar de zaal zelf.
Naar de publieke tribune.
Naar mijn collega’s, de griffie en de voorzitter.
Naar de stoelen waarop al jarenlang vragen worden gesteld, afwegingen worden gemaakt en telkens opnieuw keuzes worden gemaakt voor onze gemeente.
Je realiseert je dan dat op precies die plek jarenlang geschiedenis is geschreven. Dat hier burgemeesters kwamen en gingen. Dat generaties raadsleden elkaar vonden, uitdaagden en soms stevig met elkaar botsten. Dat hier besluiten zijn genomen waar inwoners nog iedere dag de gevolgen van merken, zonder ooit stil te staan bij de plek waar die besluiten vielen.
Gebouwen hebben geen geheugen.
Mensen wel.
En misschien is dat precies waarom afscheid nemen van een ruimte toch iets met me doet. Niet vanwege de stenen of de stoelen, maar vanwege alles wat zich ertussen heeft afgespeeld.
Na de zomer gaan we verder op een andere plek. De discussies zullen niet minder scherp zijn. De onderwerpen niet minder belangrijk. We zullen het lang niet altijd met elkaar eens zijn, en dat hoeft ook niet. Juist in een gemeenteraad horen verschillende opvattingen thuis. Over de uitkomst van een debat kun je van mening verschillen, maar ik hoop dat we elkaar altijd blijven vinden in wat ons uiteindelijk bindt: de inzet om het beste te doen voor onze gemeente en haar inwoners.
Voor veel mensen eindigde op 9 juli een tijdperk.
Voor mij eindigde de plek waar mijn politieke verhaal begon.
En misschien is dat wel het mooie aan een raadszaal. Ze is nooit van één partij, één burgemeester of één generatie. Ze is van iedereen die er heeft geprobeerd onze gemeente een stukje mooier te maken, ieder op zijn of haar eigen manier.
Dat verhaal gaat na de zomer gewoon verder.
Alleen op een andere plek.
Door Frederique Frenken