Een foto uit het sportarchief van Sittard-Geleen. Jan Nolten (links), Jeu Jöris (zwart truitje met witte streep) en Thei Hendriks kijken samen met wielerorganisator Gense in de richting van de fotograaf. De foto is genomen na afloop van de Ronde van Limburg in 1950. De wielersport was vorige eeuw al populair in Zuid-Limburg. Naast kleine eendaagse wedstrijden gold de Ronde van Limburg lange tijd als het voornaamste uithangbord. Voor de tweede etappe van de provinciale koers in 1950 startte het peloton in Venlo om ’s middags te finishen op de sintelbaan van het Burgemeester Damenpark. 

De Geleense pedaalridders Jöris (1929-2010) en Nolten (1930-2014) fietsten op jonge leeftijd vaak in dezelfde koersen. Na de door Fausto Coppi gewonnen Ronde van Zuid-Italië in 1952 verraste Jeu Jöris zijn supporters omdat hij de renfiets voorgoed aan de kant zette. Met echtgenote Mia Ramakers ging hij Hotelcafé Terminus van eigenaar Gied Joosten beheren. De samenwerking en vriendschap met Joosten zou “Juppel” – was zijn bijnaam – veel geluk brengen. Zo werd hij bij de oprichting van Fortuna ’54 door voorzitter Joosten aangesteld als verzorger / masseur van de profvoetballers. Jaren later zou Jöris deze functie vervullen bij de handbalvereniging Blauw Wit uit Neerbeek en in de bokssport. Van de profwielrennersploeg Tim Oil was Jeu Jöris korte tijd ploegleider. Als manager begeleidde hij bokser en tweevoudig bronzen medaillewinnaar Arnold Vanderlyde op de Olympische Spelen in 1988 (Seoel) en Barcelona in 1992.

Met de Sittardse huis- en sportarts Thei Jessen toverde Jöris het aan de Rijksweg Noord gelegen riante Huize Op de Wolff om in Sauna Sanas. Het vroeger clubhuis van Fortuna ’54 groeide uit tot een pleisterplaats voor sportmensen. Voetbalclubs en wielerploegen waaronder de Raleigh equipe van Peter Post of de teams van Caballero en Amstel logeerden in Sauna Sanas, wanneer in Limburg (Amstel Gold Race) of de Ardennen (Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik) een klassieker op het programma stond. In Sauna Sanas was het een komen en gaan van sporters. Van voetballers, handballers, wielrenners en boksers heeft Jöris een ontelbare hoeveelheid benen, kuiten, enkels, armen, voeten en ruggen gemasseerd en soepeler gemaakt. Als verzorger en begeleider van sporters groeide hij uit tot een vertrouwenspersoon. Jeu Jöris beschikte over een gigantisch netwerk in de internationale sportwereld. 

Jan Nolten maakte bij de amateurs al duidelijk, dat hij alles in zich had om een groot renner te worden. Tijdens de eerste edities in 1948 en 1950 van de Ronde van Limburg voor amateurs was hij het die de koers maakte. Eenmaal beroepsrenner oogstte de lange, ietwat slungelig uitziende Nolten grote bewondering bij alle insiders. Hij was een van de eerste landgenoten, die in de Tour de France in het hooggebergte gevechten leverde met de vedetten Fausto Coppi, Gino Bartali en Raphaël Géminiani. Velen zagen in hem een coureur, die “Dé Ronde” kon winnen. Jan Nolten reed de Tour vijf keer met een 14e plaats in het eindklassement als beste prestatie. Hij debuteerde in de Tour van 1952. In de door Fausto Coppi gewonnen etappe met finish op Alpe d’Huez ging hij als achtste over de streep. Twee dagen later reed de in Sittard geboren Gelener in de rit van Sestrières naar Monaco lange tijd in zijn eentje op kop en won de monsterrit over de Col de la Turbie. In de 21ste etappe van Limoges naar Clermont-Ferrand leek Nolten voor een tweede stunt te gaan zorgen. In de beklimming van de beruchte Puy de Dôme reed hij de sterkste klimmers een voor een uit het wiel. Jean Robic moest hem laten gaan, Gino Bartali moest eraf, Raphaël Géminiani kon het evenmin bolwerken. Jan Nolten leek op weg naar een historische zege. De Italiaanse superkampioen “campionissimo” Fausto Coppi liet het zover niet komen. De geletruidrager ging achter de Limburger aan en passeerde hem…  slechts een paar honderd meter voor de top. In het boek “De mooiste nederlaag” vertelt de oud-renner voor de zo- en zoveelste keer in zijn leven dat deze nederlaag tegen Coppi eigenlijk een overwinning was. Na deze bergrit in de Tour van 1952 werd zijn naam met nog meer respect uitgesproken. In 1953 won “de lange” weer een rit. Met een voorsprong van anderhalve minuut was hij de snelste in de etappe van Nantes naar Bordeaux. In de Alpenrit van Gap naar Briançon finishte de klimmer op de tweede plaats, achter drievoudig Tour de France winnaar Louison Bobet. In dat jaar won de Nederlandse ploeg het ploegenklassement en stond ons land op zijn kop. Ploegleider Kees Pellenaars en zijn renners werden in Amsterdam en Geleen gehuldigd. Na de ereronde door het centrum van Geleen juichten in het Burgemeester Damenpark duizenden mensen Jan Nolten en zijn succesvolle ploeggenoten toe. Voor de statistiek: in 1956 zegevierde Nolten in de 12e etappe van de Giro d’Italia. De carrière van Jan Nolten kwam in 1957 ten einde. Een auto-ongeluk belette hem in 1958 een comeback te maken. De gevolgen van het ongeval waren ernstiger dan gedacht. 

Jeu Jöris en Jan Nolten, sportmannen die hun sporen hebben verdiend. Jeu vooral achter de schermen, Jan in de kopgroep van ’s werelds beste klimmers. Ook al koersten zij begin jaren ’50 meermaals samen, tijdens en na hun sportcarrière ging ieder toch zijn eigen weg. Met respect voor elkaar. Op een stil moment zullen ze allicht wel eens hebben teruggedacht aan het begin van hun sportloopbaan, hun gezamenlijke Ronde van Limburg in 1950.

Tekst Koos Snijders

De tweede etappe van de Ronde van Limburg in 1950 zit erop. Hoogste tijd voor een foto. (Foto Tonny Strouken)