De ANWB heeft een wedstrijd uitgeschreven, waarbij gestemd kan worden op ”de mooiste vestingstad van Nederland.” Nederland heeft meer dan 160 vestingsteden. Alleen vestingsteden met een beschermd stadsgezicht en duidelijk aanwezige wallen, muren en/of poorten, met niet meer dan 40.000 inwoners mogen meedoen. Ja, en ook de recreatieve mogelijkheden (is het leuk om dat stadje te bezoeken?) tellen mee. 

Nu komt het: 

Onder de 37 steden die reeds door de ANWB zijn geselecteerd/genomineerd, vallen Stevensweert en Sittard.  

Is de keuze voor Sittard terecht? 

De stad was vroeger als vestingstad bepaald geen onbetekenende krabbel op de landkaart. Tussen 1542 en 1760 heeft Sittard veel te lijden gehad van kleinschalige en grootschalige verwoestingen. En telkens waren de gevolgen voor het stadsbeeld rampzalig. Met name was dat in 1677 het geval, toen de stad een steunpunt was voor de Republiek der Verenigde Nederlanden, die in oorlog was met een coalitie onder leiding van Frankrijk. Een troepenmacht onder bevel van generaal De Mélac trok naar Sittard en verwoestte de stad. 

In de vele jaren die daarop volgden, werd Sittard weer opgeknapt. Zo werd de toren van de Petruskerk hersteld, de herbouw van particuliere woningen kwam op gang, de kloosters werden gerestaureerd en de Basiliek O.L.V. van het Heilig Hart werd gebouwd, op voorspraak van de Ursulinen. Die Basiliek is nu een belangrijke toeristische trekpleister. 

Heel langzaam kreeg het stadscentrum weer een voornaam aanzien, met behoud van vele historische elementen, sporen die herinneren aan een bewogen en roemrucht verleden, aan vernieling en wederopbouw.

Maar toch, waarom zou je nu voor Sittard kiezen, dacht ik toen ik vorige week over de stadswal wandelde. Omdat de stadswallen en het bastion (Fort Sanderbout) nog steeds imponeren? Omdat de grachten, de kloosters en de monumentale huizen uniek zijn? Om de Geheime Tuinen, de Rosaprocessie en de Oktoberfeste te bezoeken? Of vanwege Toon Hermans? Want hij is er gewoon nog.

Eigenlijk hebben vele vestingsteden stuk voor stuk een historische en dappere geschiedenis en ze zullen zeker, net als in Sittard, (culturele) evenementen aanbieden. 

Wat is dan het verschil met de andere steden?

Ik daalde de trappen af bij Fort Sanderbout. 

De volkstuintjes aan de wal dommelden wat in de zon. Die tuintjes zijn eeuwenoud en cultureel erfgoed. Ze bevinden zich op de schootsvelden. Vroeger boden die schootsvelden een vrij zicht rondom de stad, zodat men op tijd wist “wat er aankwam.” En dat was meestal niet veel goeds.

Voor een van de ‘chaletjes’ bleef ik even staan. 

Een ouder stel in gammele tuinstoelen genoot van de gedane arbeid. Een aantal kippen zochten naar slakjes. De teelaarde lag klaar om een vruchtbare bodem te creëren. 

De dame glimlachte. ‘Enne?’ zei ze.

Ik glimlachte terug en begon over het weer. Daarna ging het gesprek verder over speltbrood en nonnevotten. 

Toen ik wilde gaan vroeg ze of ik een glaasje wilde meedrinken. ‘Het is vijf uur, en dan drinken we altijd een borreltje.’ 

Dat liet ik me niet tweemaal zeggen. We dronken een glaasje echte Zittersje Wien van de Wal en daarna nog eentje, zodat het wat later werd. In de verte ging de zon al onder en vóór ons hing de hemel vol met de klanken van het carillon van de Petruskerk. We zeiden niets meer, zonder dat we het hadden afgesproken.

Misschien is dat wel het verschil met de andere steden. Geen gekunsteld decor, geen onechtheid, geen pose. Gewoon Sittard. 

Tekst en foto Niek Bremen 

Stem je ook? Het kan nog tot 15 april 2021. (www.anwb.nl/vestingstad)