Nog een half jaar dan gaan we met zijn allen naar de stembus in het dorpscafé, het zorgcentrum of het gemeenschapshuis om te stemmen voor een nieuwe gemeenteraad en nieuw gemeentebestuur. Lijkt nog ver weg maar bij veel partijen beginnen de zenuwen al aardig op te spelen. Sommigen lijken plots te ontwaken uit een bijna drie jaar lange winterslaap en vinden dat ze weer eens van zich moeten laten horen. Anderen zetten nog een extra tandje bij en sturen hun kandidaten de wijken in om gretig te noteren wat de burger wil of dwars zit.  Je kunt straks bijna geen folder of krant openslaan of je kijkt tegen een wethouder aan, die nog eens komt uitleggen hoe hij/zij het vuur uit de sloffen heeft gelopen voor de goegemeente.

Dikdoenerij

De  toenemende stortvloed van vragen, die door de partijen worden gesteld aan het college van burgemeester en wethouders, zijn vooral ook bedoeld om burgers de indruk te geven dat de kandidaat raadsleden constant in de weer zijn voor hen en aan niets anders denken dan aan hen.

 Vermoeiend allemaal, en niet altijd overtuigend. 

Nogal eens is het dikdoenerij voor de ‘bühne’, borstklopperij van ‘hé, zie eens hoe ik mijn best doe voor jullie, burgers’. Er worden vragen gesteld, waarop raadsleden met een beetje nadenken ook zelf het antwoord hadden kunnen geven. Zo kaartte het CDA de overlast van hondendrollen aan, waarmee veel groen in de wijken  bezaaid liggen. Een gevolg van corona, toen velen een hondje aanschaften om de eenzaamheid te bestrijden of  om het lichaamsgewicht op peil te houden want een hondje moet uitgelaten worden. ‘Wat denkt de gemeente te doen tegen deze overlast?’, vroeg  de wakkere  CDA-er. Het simpele antwoord op de vraag had  hij zelf ook kunnen bedenken en al veel eerder dan toen de corona -en hondenpoeppiek voorbij was. Niet alleen de ergerniswekkende hondendrollen tellen maar tegelijk opmerken dat er amper hondentoiletten en afvalbakken zijn, waarin de opgeraapte hondendrollen gedumpt kunnen worden. Helaas, de vragensteller had het te druk met het stellen van zijn vraag.  

Subsidie

GOB had in de krant gelezen dat er stront aan de knikker was bij streekomroep Bie Os. Meteen klom de partij in de pen om opheldering te vragen bij burgemeester en wethouders. ‘Er wordt toch zeker geen duur gemeenschapsgeld verspeeld door deze streekzender’, was de achterliggende gedachte. Als de nijvere vragensteller even goed had nagedacht en de beschikbare informatie had nagetrokken dan had hij meteen geweten dat van alle grote steden in Limburg deze gemeente een van de krenterigste is bij het ondersteunen van een eigen streekomroep. Bovendien is de streekomroep geen afdeling van de gemeente, hoewel sommigen in de gemeentehuizen van deze regio daar anders over denken. ‘Wie subsidie ontvangt van de gemeente moet dankbaar zijn en behoort geen kritiek op zijn subsidiegever te leveren’, is ook een gedachte die bij meerdere gemeenteraadsleden leeft. En waarom stapte deze actieve GOB-er niet naar de omroep om zichzelf op de hoogte te stellen? Maar tja, dan had niet in de krant gestaan dat de partij vragen had gesteld aan burgemeester en wethouders, en dan had niemand geweten hoe actief dit raadslid is. Pas op voor hyperactieve aspirant raadsleden en wethouders, die op het pluche willen blijven zitten.

Door Ray Simoen

Reageren: redactie@mijngazet.nl