Hij ‘foetelde’ met zijn leeftijd om in het legendarische jongerenbolwerk ‘t ‘Kelderke te kunnen uithelpen. Sindsdien laat de wereld van de horeca Arthur Rooden niet meer los. Net vóór zijn vijftigste begint hij aan de vervulling van zijn lang gekoesterde droom: een eigen brasserie met een Bourgondische keuken, waar iedereen van jong tot oud zich thuisvoelt. Dit jaar viert de 59 jarige Zittesje sjnaak met De Vief Heringe zijn tienjarig jubileum.
Met zware zandzakken slepen en het schoonmaken van de afzuigkanalen in de keuken begon om even na half zes vanmorgen zijn werkdag. Erna het restaurant en de terrassen van de Vief Heringe in orde maken, want het belooft een zonnige dag te worden. Heerlijk vooruitzicht, maar toch.. die zandzakken waren wel erg zwaar. Dan voel je de jaren, die in de horeca vaak tropenjaren zijn. Maar klagen hoor je Arthur Rooden niet. ,,Ik heb niet voor dit mooie vak gekozen om achter een bureau te zitten. Ik geniet nog steeds volop van de horeca, het contact met onze gasten en de zorg voor ons personeel”, zegt de 59 jarige eigenaar van de prachtig in het Stadspark gelegen brasserie-restaurant De Vief Heringe. Parasols en een klaterende beek zorgen voor verkoeling voor de gasten van het ruim van gezellige terrassen voorziene établissement.
Leerweg
Tien jaar is hij nu eigenaar van De Vief Heringe: een jubileum dat gevierd wordt met tal van festiviteiten. Die staan allen vermeld in een fraai opgemaakt magazine met daarin ook het uitgebreide assortiment hapjes, gerechten, drankjes en andere lekkers. ,,Als je een eigen zaak wilt, dan moet je dat vóór je vijftigste doen, heb ik altijd gezegd”, vertelt hij met een glimlach terwijl hij zwaait naar een passerende bekende, die langs de beek wandelt. ,,Toen ik het restaurant De Ophovener Molen overnam was ik 49.5”, zegt hij met een brede grijns. Maar denk niet dat dit ingegeven was door de gril van een veertiger met een midlife crisis. Zoals de ene bijna vijftiger ineens een dure motor aanschaft om daarmee een oude jeugddroom waar te maken. Of een andere eind veertiger, die plots een duur zeiljacht aanschaft voor een wereldreis, om te ontsnappen aan de naderende oude dag. Nee, bij de stevig gebouwde Sittardenaar was de overname van De Ophovener Molen het eindstation van een lange ‘leerweg’. Geen gekke inval of het najagen van een voorbije jonge jaren.
Het begint allemaal voor Arthur Roden wanneer hij als jonge jongen merkt dat een krantenwijkje niet zo spannend en lucratief is als een baantje in ’t Kelderke, dé hotspot en place to be in de jaren 1960 en 1970 voor jongeren in de hele regio. ,,Ik ‘foetelde’ met mijn leeftijd om maar te kunnen werken in ’t Kelderke.”
Onvergetelijk tijd voor de jonge Rooden, die uit een gezin komt, dat niets met horeca heeft. ,,Pa was ambtenaar, ma onderwijzeres.” Erna trekt hij naar Geleen en gaat werken in de al even legendarische Doufpot. ,,De Doufpot had een koperen buffet. Dat moest altijd gepoetst worden. Maar dat hinderde me niet, Sinds ’t Kelderke was ik verslingerd aan de horeca.”
Wanneer hij 20 wordt kan hij een auto aanschaffen, waarmee hij naar de dan populaire Voersteek rijdt. ,,De Swaen, Moeder de Gans en café Modern, prachtige horecazaken zag ik daar. Zulke zaken had Sittard niet: een ruim assortiment met veel lekkers uit de regio, geen pretenties, goed verzorgd en ongecompliceerd gezellig. ‘Dat wil ik ook’, zei ik tegen mezelf. Maar dat wordt wel een ‘giga-uitdaging’, ik had geen ervaring en begeleiding.”
Schtad Zitterd
De drive om een eigen zaak te hebben neemt nog meer toe als hij ziet dat in 1996 het succesvolle Le Caribou, de voorganger van De Ophovener Molen, in het stadspark van Sittard te koop staat ,,Dat wil ik hebben, zei ik meteen,” Maar hoe pak je dat aan? Dat is de volgende vraag, die hij moet zien te beantwoorden. Met prakkiseren en dromen kom je er niet. De handen moeten uit de mouwen, ervaring opdoen en je ogen goed te kost geven. Dat doe hij dan ook. Gouden leerjaren maakt hij mee. Allereerst in café Schtad Zitterd, dat Ton van de Borst en zijn vrouw Jannie van der Lubbe tot een ongekend succes weten te maken en waar alle toppers van Fortuna Sittard kind aan huis zijn, met als meest prominente gangmaker, de veel scorende spits, John Linford. ,,Acht jaar heb ik hier gewerkt, heel veel gezien en geleerd.”
In deze tijd vervult hij zijn militaire dienstplicht en voltooit hij erna de hotelschool in Heerlen, ,,want ik wilde per se een eigen zaak”. Na een carrière bij onder meer het Barbizon Hotel in Amsterdam, Brand bierbrouwerij, waar hij pr-ervaring opdoet, en bij Sevagram, waar hij 7 jaar facility-manager is en hij de ‘wet van de grote getallen’ leert kennen, kan hij op zijn 49 ste zijn droom waarmaken wanneer hij in 2016 ‘de Ophovener Molen ff angesj’ overneemt.
Bourgondisch
Meteen wordt hard aangepoot om het vervallen juweel aan de rand van het Stadspark en oever van een beek op te knappen. De voorzijde wordt zo verbouwd dat het als een fraai visitekaartje van zijn horeca-droom oogt. De voordeur van het pand wordt ook weer de gastvrije voordeur van de zaak. Daarvoor wordt het personeels-parkeerterrein omgetoverd tot een gezellig terras. ,,Het café hebben we het karakter van een gezellige huiskamer gegeven. Tevens hebben we de zolderruimte sfeervoller en multifunctioneler gemaakt voor privé feesten, recepties, zakelijke meetings en seminars.”
Voor een goede naam voor zijn zaak krijgt hij hulp van de Sittardse cultuurhistoricus René Haustermans. ,,Ik vond de naam Ophovener Molen niet meer sprankelend genoeg. René ontdekte een anekdote dat rond 1700 Franse soldaten werden ingekwartierd in een herberg Der Funf Heringe. Deze herberg in de Plakstraat brandde waarschijnlijk af bij de grote stadsbrand in 1713. De Franse soldaten komen nu terug als ‘heringe’: in het Sittards een ‘lange smalle man’. Zo bestaan we nu 10 jaar als de Vief Heringe, onze keuken is niet dun en mager maar Bourgondisch veelzijdig en gul.”
Corona zorgt voor veel zorgen en vergt veel flexibiliteit voor patron en personeel. ,,We zijn er redelijk doorheen gekomen doordat we snel afhaalmaaltijden en menu’s zijn gaan maken. Ook hebben we deze tijd gebruikt om de bar opnieuw aan te pakken, al het houtwerk te zandstralen en de tuinzaal te verfraaien. We kunnen nu gasten helpen om alle dierbare evenementen, van geboorte tot huwelijk en uitvaart, hier in de juiste sfeer en de gevraagde privacy te beleven.” Ingenomen is de actieve Vier Heringe gastheer/eigenaar dat met hulp van het Waterschap de loop van de beek is aangepast, zodat het water nu het rad aan de zijkant van de Vief Heringe in beweging zet. Het terras aan de achterkant wordt ‘struikvrij’ gemaakt zodat gasten onbelemmerd uitzicht op het stadspark hebben en passanten alvast een vrij plekje op het riante terras kunnen kiezen. Daardoor kan het molenrad zijn machtige werk doen en gasten kunnen daarvan in het knap gerestaureerde molengedeelte genieten. ,,Mijn droom heb ik kunnen realiseren in de afgelopen tien jaar. Dankzij onze medewerkers en onze gasten,- zelfs in heel Limburg kennen ze ons nu-”, zegt hij monter. ,,De jeugddroom is wel wat groter geworden dan ik had gedacht”, voegt hij er lachend aan toe.
Tekst Ray Simoen en foto Françoise Petersen.