Vroeger keek ik graag naar (reclame)teksten op zijgevels van huizen, cafés en winkels. De soms ongrijpbare teksten spraken me aan. ‘Make love, not war!’ vond ik prachtig. Die krachtige uitspraak geldt vandaag de dag nog in onverminderde mate. Ik herinner me de nozemtag op muren gekalkt, naast affiches voor de koffie van Le Chat Noir. Ik herinner me de verzekeringen van Het Hoge Huys en Heerlijk Helder Heineken, met de fameuze, vrolijke ‘eetjes’. Lachende letters die aanzetten tot een schuimend pilsje. ‘De koffie is niet klaar, hij wordt vers gezet!’ las ik achter het raam van een Chinees restaurant, gelegen bij een stoplicht aan de Napoleonbaan.
Ook verder van huis ben ik nieuwsgierig naar wat er boven een winkeldeur, of op een gevel staat. In Frankrijk kwam je flink aan je trekken. Grote reclames geschilderd op zijgevels waren er schering en inslag. Vooral voor drank. ‘Quinquina, l’apéritif dans tous les cafés.’ Dat moest toch wel een bijzonder aperitief zijn, immers te krijgen in elk café. Ook de gevelreclames voor pastis mochten er zijn. Pastis een mysterieus zomerdrankje, aan te lengen met water. Het waren altijd vrolijke mensen die dit anijsdrankje consumeerden.
In de internationale treinen keek ik mijn ogen uit. ‘E pericoloso sporghersi’ en ‘Ne pas se pencher en dehors’ hebben mij danig bezig gehouden. Terwijl er gewoon in het Duits stond: ‘Bitte, nicht hinauslehnen.’ Boven klapstoeltjes, ruggelings tegen de treinwand geplaatst, hing: ‘Réservé aux mutilés de guerre.’ Van die plaatsen werd (eind jaren ’70) door Franse oorlogsinvaliden gebruik gemaakt. Hun aanblik imponeerde en maakte stil in een rumoerige trein.
Teksten en schilderingen in de openbare ruimte, ze zijn bijna verdwenen. In Valkenburg zijn er een aantal in ere hersteld. Ze worden Teekens aan de wand genoemd. Er bestaat een kuiertocht langs deze Valkenburgse fresco’s. Het zijn grote muurreclames. Je ziet ze van veraf. Het is een intrigerende herinnering aan vroeger.
Wat te denken van een pakkende poëzieregel op een zijgevel of op een dak? Waar die poëzie een blikvanger blijkt van jewelste. Het beroemdste voorbeeld staat op een Rotterdams gebouw en is van de hand van kunstenaar Lucebert: ‘Alles van waarde is weerloos.’
Ook dichter bij huis verfraaien teksten muurgevels. Er staat een tekst van Toon Hermans op een wand van het theater in Sittard: ‘Maar ik ben iemand van een kleine stad. Een kleine stad, een lieve stad.’ Daar word ik gelukkig van.
Aan welke tekst in het straatbeeld heb jij een dierbare herinnering?
Door Wim Kallen