Wie aan het Nederlands landschap denkt, heeft in eerste instantie misschien vooral de eigen geboortestreek voor ogen. Er is dan ook niet één Nederlands landschap, maar vele landschapstypen, die samen de landschappen van Nederland vormen. Deze landschappen hebben wel een overeenkomst: overal is het rijk gelaagde verhaal van tientallen generaties bewoners en nieuwkomers te lezen, die het stap voor stap hebben ingericht en hun talrijke sporen hebben achtergelaten. Het lezen van deze sporen is een kunst op zich. Naast kennis van de ondergrond en van de natuur is daarbij ook kennis en inzicht in onze politieke, economische, sociale en culturele geschiedenis nodig. In de afgelopen decennia heeft de kennisontwikkeling over het Nederlandse landschap een grote vlucht genomen, zowel door nieuw wetenschappelijk onderzoek als door de activiteiten van tal van vrijwilligers die in hun eigen dorp, stad of regio hun eigen geschiedenis onderzoeken en de karakteristieke elementen beleefbaar maken.

Waar de meeste Nederlandse rivieren ‘traag door oneindig laagland gaan’ heeft de Maas zich stroomopwaarts van Grave ingesneden in een vallei. Het landschap bestaat uit de stedelijke gebieden van Venlo en Roermond met daarbuiten een mozaïek van kleinere, maar dicht op elkaar gelegen dorpen en kleinere landbouw -en natuurgebieden De Maasvallei bestaat uit een 130 kilometer lange en 5 tot 20 kilometer brede strook langs de Maas, ingeklemd tussen het hoger gelegen Zuid-Nederlandse dekzandlandschap in het westen en de Duitse grens met hoger gelegen Rijnterrassen in het oosten. Het Zuid-Limburgse heuvelland heeft iets on-Nederlands, wordt vaak gezegd. De strekking van die uitspraak is meestal positief, met de bedoeling te benadrukken dat typische kenmerken van dit landschap ontbreken in overig Nederland. Inderdaad neemt Zuid-Limburg in ons land een geheel eigen plaats in. De hoogteverschillen zijn opvallend en hier ligt ook het hoogste punt van Europees Nederland. Een landschap met diep ingesneden beekdalen, plateaus en veel hellingen bood andere specifieke mogelijkheden voor menselijk gebruik dan landschappen elders in Nederland. Mede door dat reliëf heeft Zuid-Limburg op een relatief klein oppervlak een bovengemiddeld gevarieerde geologische ondergrond en een grote ecologische rijkdom. Het resulteerde in een bijzondere, in een aantal opzichten afwijkende ontginningsgeschiedenis en cultuurhistorische variatie. Misschien meer dan andere regio’s is Zuid-Limburg een logisch onderdeel van een grotere Europese lösszone met veel onderlinge overeenkomsten. De overeenkomsten met aangrenzend België en Duitsland liggen niet alleen op landschappelijk en historisch vlak, maar ook in de streektalen. Aan de andere kant heeft Zuid-Limburg ook historisch veel relaties met de rest van het land waar het sinds 1839 onderdeel van uitmaakt. Zo bezien is Zuid-Limburg niet zozeer on-Nederlands, maar wel een uitzonderlijk stukje Nederland.

Elke tijd kent zijn eigen landschap en alle lagen van het landschap zeggen iets over de tijd waarin ze zijn gevormd,. Net als in voorgaande eeuwen zal ook in de komende decennia het Nederlandse landschap grote veranderingen ondergaan. Kennis over het landschap is dan ook niet alleen historisch interessant, maar speelt een cruciale rol bij de omgang met alle belangrijke vraagstukken van onze tijd, zoals klimaatverandering, de energietransitie, de verduurzaming van de landbouw en de woningbouwopgave. Dit boek biedt de meest actuele kennis over de opbouw en ontstaansgeschiedenis van al onze landschappen en vormt daarmee een onmisbare leidraad voor ieder die zich interesseert in onze leefomgeving. Wie het Nederlandse landschap leert lezen, ontdekt een onverwacht grote en kostbare schat.

Theo Spek (red.) Landschappen van Nederland. Handboek voor de geschiedenis van onze leefomgeving (Utrecht 2025)

Isbn 978 90 5345 591 3

696 pagina’s

€ 89,95

www.matrijs.com