De lamp in de schuur was stuk; aan mij om hem te vervangen. Zonder verhoging bleek ik er nét niet bij te kunnen, dus ik trok er een krukje bij. Terwijl ik de oude lamp met een paar slagen uit de fitting draaide begon het onder mij te kraken – eerst nog zachtjes, maar al snel werd duidelijk dat een val onvermijdelijk was.
En jawel hoor, daar gingen we, de kruk en ik.
Kreunend als een man van voorbij middelbare leeftijd trok ik me op aan de werkbank en keek naar de delen van de kruk op de grond. Eén poot was nog heel, maar het grootste deel was volledig versplinterd. Meteen zette een dof gevoel op, dat zich vanuit mijn maagstreek snel naar elk uiteinde van mijn lichaam verspreidde. Weer iets wat voorbij is gegaan, dacht ik, weg-weg-wég om nooit meer terug te keren.
Die kruk was de verjaardagskruk. Vroeger versierden mijn ouders die elk jaar met slingers en ballonnen. Met de papieren kroon van school nog op mijn hoofd sleepte ik de kruk telkens naar de hoek van de woonkamer en ging er dan op zitten. Tijd verstreek terwijl ik zat, bleef zitten en keek naar het leven dat zich voor me afspeelde. Zitten op de kruk en kijken, dat was voldoende. Eten deed ik bij voorkeur niet meer aan de grote tafel, maar met een bordje op schoot op de kruk. Als ik televisiekeek, schoof ik de kruk naast de bank waarop mijn ouders zaten, en ook op mijn verjaardagsfeestje bleef ik bij voorkeur op de kruk zitten. Mijn vriendjes en vriendinnetjes vermaakten zichzelf wel.
Telkens precies een week na mijn verjaardag haalde mijn moeder de slingers en half leeggelopen ballonnen weer weg. Dan werd de verjaardagskruk weer gewoon een houten kruk die eigenlijk nergens paste en daarom maar diende als bijzettafel op de zolderkamer. Maar toen ik het ouderlijk huis verliet, wilde ik de kruk meenemen. Gebruiken deed ik ‘m nooit en daarom stond hij ook in de schuur. Dat maakte niet uit: er ging een geruststellende werking uit van de gedachte dat de kruk er was. Met de pijnlijke nadruk op dat laatste woord dus, wás. Toen ik het hout en de splinters bij elkaar veegde, schoot een opmerkelijke gedachte door me heen: al die jaren dacht ik dat ik de kruk had bewaard, maar misschien was het andersom.
Meer lezen? www.toonroumen.nl