Hij werd dialectvereniging Veldeke ingepraat omdat hij veel Limburgensia verkocht in zijn boekenwinkel. Maar Piet Deeder ontpopte zich snel tot een toegewijd en veelzijdig ijveraar voor het behoud van het Sittardse dialect. Op zijn tachtigste kreeg de man, die liever ouwehoert dan praat, de gouden erespeld van Veldeke voor zijn vele verdiensten voor het ‘Zittesj’. ,,Limburgse klanken zijn mooi, maar die van Sittard zijn het mooist.”
Door Ray Simoen
‘Manteneiere’- voor niet Sittardenaren: in ere houden, waarderen-. Dat vindt Piet Deeder het mooist Sittardse woord. Uitgekiende keuze van de 80 jarige oud-boekhandelaar met de donkere ogen, waaraan weinig ontsnapt.
Manteneiere, er zit een grappig huppelpasje aan het eind van dit woord, dat veel zegt van de vers met de gouden erespeld gedecoreerde voorman van kring Sittard van Veldeke. Hij koestert niet alleen zijn Zittesj dialect maar ook de herinneringen aan de buurt waar hij opgroeide en er vaak feest was met dansen en veel gezelligheid ‘ongerein’. ,,In het café van opa Backus, op de hoek van de Stationstraat en de Bergstraat ben ik geboren. Vandaar mijn voorliefde voor ouwehoeren,” zegt hij met een guitige blik in de ogen. Hoewel hij niet zo van praten en interviews houdt, vertelt hij met veel plezier over de ‘Voorstad- ,,Nu helaas een door toedoen van het stadsbestuur een zowat vergeten deel van de stad, want alles moet zo nodig naar de Markt worden verplaatst”- klinkt het verontwaardigd. In zijn jeugd was de Voorstad springlevend en was er altijd wel iets verrassends te beleven.
Wanneer zijn vader, die taxichauffeur was, het aanbod krijgt om uitbater te worden van het stationsrestaurant, verhuist hij met zijn gezin- drie meisjes en een tweeling, waarvan Piet er een is, naar een woning boven het station. ,,We hadden een riante zolder. Iedereen kwam bij ons spelen: circus en modeshows deden we.” In een baan in de horeca, zoals zijn vader, heeft hij geen trek. Hij wil een eigen boekenzaak. In 1968 opent hij ‘De Pocketshop’, kort erna later trouwt hij ,,een Amsterdamse met Geleense roots”. Niet veel later begint hij een eigen kantoorboekhandel op de hoek van de Steenweg’/Overhovenerstraat: zijn grote wens na het behalen van het diploma van ‘Kantoorboekkandel’. ,,Sittard had toen nog veel kantoren. En het ziekhuis lag om de hoek. Bovendien was de Steenweg een fantastische straat. Veel winkels, waar de eigenaren boven woonden. De vergaderingen van de winkeliersvereniging eindigden altijd in een feestje. Legendarisch waren de succesvolle rebussen, die Joep Joosten bedacht. Wie een rebus goed oploste kreeg bij een aankoop een cadeau,” zegt hij opgewekt. ,,Ik heb de mooiste tijd van de Steenweg meegemaakt. Het was eens de langste en levendigste winkelstraat van de stad”, voegt hij er zacht aan toe.
Knokken
In zijn nieuwe winkel verkoopt hij veel Limburgensia. Dat zien ook de Sittardenaren die een eigen kring van dialectvereniging Veldeke willen oprichten. Hein Bovendeaard benadert hem en ‘praat’ hem Veldeke, Sittard in. Daar treft hij Jan van Kempen, Frans Walraven en de broers Harrie en ‘Sjang’ Bronneberg aan. Op de eerste Veldeke avond in 1985 in ’t Sieske is hij present als vice-voorzitter, erna zal hij lange tijd voorzitter zijn. ,,De Veldeke dialectavonden, die we twee keer per jaar hielden, zaten altijd vol. Legendarisch waren de voordracht, de ‘Auwe Zitterder’ van Ad Pfennings en de liedjes van Anja Bovendeaard,” zegt hij opgetogen, terwijl hij een stapel tijdschriften aanreikt. Op de groene kaftjes staat ‘Dao wo ich gebaore bèn’. ,,Naar het liedje van Jochem Erens. Twee keer per jaar brengen wij het uit. Gedichten, verhalen en een agenda met dialectevenementen. Herman Veugelers en Annie Schreuders schreven er vaak in.” Naast de tijdschriftjes liggen de boeken, die zijn jarenlange inzet voor ,,het mooiste dialect van Limburg” illustreren. Zoals de twee eerste uitgaves van ‘Het Sittards Dialect’ van H.Schelberg, die hij mede mogelijk heeft gemaakt. Wanneer de nieuwe spellingsregels verschijnen, steekt hij in 2005 ,,heel veel eigen geld” in de eerst uitgave van 400 exemplaren van Schelbergs werk in de nieuwe spelling. Reden? ,,Mijn ‘Zittesje’ hart”. Gelukkig verloopt de verkoop goed zodat snel een tweede druk kan worden besteld. ,,Rechtgeaarde Sittardenaren waren laaiend over deze nieuwe spelling. ‘Een dolkstoot is het’, riep Albert Sluijs. Het liep bijna uit op knokken,” zegt hij besmuikt lachend. ,,Nog altijd zijn er mensen, die niks van deze nieuwe spelling moeten hebben.”
Kartoesj
Trots toont hij twee andere boeken. Vrolijk geel is de kaft van ‘’t Zitesje ABC veur kènjer, mit al zien klanke’. ,,John Hertogh, Jan Ruygt, Phil Schaeken, Paul Wenders en ik hebben dit leuke boekje gemaakt om zo onze taal beter door te kunnen geven aan de jeugd. Dat proberen we sinds 1990 ook met het organiseren van het “Groot Zittesj Dictee, waarvoor altijd een bekende Sittardenaar de tekst maakt.” Het andere boekje, dat hij met zichtbaar plezier, toont, is ‘Veertig verhaole, gedichte en leidjes oet Zitterd’. ,,Toen ik 40 jaar de winkel had is een boekje samengesteld, met allemaal bekende Sittardse schrijvers, als Felix Rutten, Toon Hermans, Nico Jessen, Lei Meisen en Albert Sluijs. Prachtig was ook dat Kartoesj toen voor die gelegenheid een liedje- Den Zittesjen ABC’- heeft gemaakt. Schijnbaar heb ik toch wel wat gedaan voor het behoud van Sittards”, zegt hij met een knipoog.
Hoewel hij al vele decennia veel werk maakt van het behoud van het lokale dialect en het wel en wee van zijn stad hem na aan het hart ligt, waakt hij voor een doorschietend chauvinisme. Hij pakt een linnen tasje met erop;’Sjpraek Zittesj, sjrief Zittesj, dènk Zittesj dan blif Zitterd Zitterd’. ,,Deze spreuk is van 1927. Dat gaat me nu te ver. Dat is te dwingend.” Niet dwingend maar wel vol overtuiging stelt hij. ,,We moeten ervoor zorgen dat de woordenpracht en klankrijkdom van het Sittards doorgegeven worden aan de jeugd. Kijk naar de Friezen. Zie hoe succesvol die zijn met het behoud van hun taal. Dat moet hier ook kunnen. Manteneiere, ja, dáár gaat het om.”
Foto Françoise Petersen