Blij verrast was Huub Ehlen, oprichter, artistiek leider en dirigent van Ad Mosam Barok, toen hij vorige week werd benoemd tot ridder in de orde van Oranje Nassau. Het begon voor de 74 jarige Sittardenaar, die Bach ‘ geniaal en boven normaal’ noemt, allemaal in het café van zijn ouders in Stadbroek. Daar klonken Willy Alberti, Johnny Jordaan en René Kollo dagelijks uit de jukebox.
Door Ray Simoen
Op de grote werktafel liggen stapeltjes met partituren van Bach en Händel. In de hoek van het ‘Domus Ad Mosam’ aan de Guillaume Franquinetstraat staat een mooie zwarte piano, tegenover een muur met de spreuk ‘Verbinding-Inspiratie-Avontuur’.
Wanneer Huub Ehlen begint te spelen vult de ruimte zich met prachtige, licht melancholische klanken. ,,Actus Tragicus van Bach, mijn top-nummer,” zegt de pianist met een glimlach. ,, Maar”, zo voegt hij er snel aan toe,, het mooiste stuk is altijd dat, waar je mee bezig bent.” Grote kans dat het een stuk uit de Barok is en nog meer kans dat het een stuk van Bach is. Want ,,Bach is boven normaal, Bij Bach is alles verschrikkelijk goed. Zijn muziek biedt je zoveel vrijheid en ruimte om je eigen interpretatie ervan te geven. Je kunt er meer mee op avontuur gaan dan met muziek van Mozart”, klinkt het enthousiast.
Het was de bekende Maastrichtse zangpedagoge Mya Besselink die hem ruim 30 jaar geleden maande zich te verdiepen in de cantates van Bach. ,,Ik vond die cantates meteen zo mooi dat ik besloot om verder te gaan met Bach.” Het luidde het begin in van Collegium Ad Mosam, dat later Ad Mosam Barok zou gaan heten en dit jaar 30 jaar bestaat.”
Toon
Voordat Bach en andere componisten uit de Barok zijn muzikale wereld zouden gaan vormen, heeft Huub Ehlen al een opvallende muzikale vorming achter de rug .,,Ik ben geboren met Willy Alberti, Johnny Jordaan en René Kollo.” Spontaan begint hij een schlager van deze Duitse tenor te zingen. ,,Mijn ouders hadden in Stadbroek tegenover de kerk Café Lambert, zo heette mijn vader”, zegt hij terwijl koffie serveert. ,,Mijn moeder zong de hele dag, pap had een groot muzikaal talent. Hij speelde banjo en mondharmonica, en zong operettes. Thuis maakte we veel muziek met elkaar. Met mijn ouders en mijn oudere zus, Corrie zongen we vierstemmig, en we zaten allen bij het kerkkoor. Toen ik tien werd, mocht ik naar de muziekschool.” Zijn vader is daarbij ook nog regisseur van toneelvoorstellingen. ,,Pap was de ontdekker van Toon Hermans. Toon kwam als 16 jarig ventje bij ons om toneel te spelen. Op een bierviltje schreef hij dan wat geks en besprak dat met mijn vader, die Toons talent snel zag. Daarna liet Toon zijn ‘gekke dingen’ in het café horen. Mensen vonden dat leuk.” Er is meer dan de liefde voor muziek, die hij het café van zijn ouders opdoet ,,Ik heb er geleerd om met allerlei mensen om te gaan. Een café was vroeger eigenlijk een buurtcentrum, iedereen kwam er, de notaris, arbeiders, boekhouders en mensen van het woonwagenkamp bij Stadbroek. Mijn ouders wisten goed om te gaan met die grote verscheidenheid. Voor mijn moeder hadden ze allemaal veel ontzag. En mijn vader zei tegen mannen met hun loonzakje bij zich:. ‘Ga dat eerst maar naar huis brengen, en kom dan terug’. Hij zegt het met een brede glimlach.
Omdat op het Bisschoppelijk College geen muziekles wordt gegeven twijfelt hij wat hij zal studeren na het eindexamen. Psychologie of toch het conservatorium? ,, Piano spelen kon ik wel maar een Arthur Rubinstein zou ik nooit worden. Wat ik hoorde kon ik meteen spelen, maar noten lezen kon ik niet. Twijfel volop dus”. Wanneer Margreet Gitsels, docente aan de muziekschool van Heerlen, hem hoort spelen, zegt ze: ,,Met jouw talent moet je echt naar het conservatorium.” Dat doet hij dan ook, en met volle overgave: hij studeert schoolmuziek, compositie, muziektheorie, koordirectie en als specialisatie ‘zangdocent’. ,,Ik wilde echt muziekdocent worden. Ik vond mezelf niet goed genoeg om professioneel uitvoerend musicus te worden.”
Ambitieus
Als muziekdocent en koorleider heeft hij snel succes. ,,Bij het korentreffen in Sittard staken we met het parochiekoor van Stadbroek boven de rest uit. Later wint het in 1987 door mij opgerichte Gulick Vocaal Ensembl in 1988 het Limburgs Koorfestival.” En voordat hij in 1994 Collegium Ad Mosam opricht, wint hij meerde malen met Kamerkoor Exaudi het Nederlands Koorfestival. Dankzij zijn bevlogenheid en zijn vaardigheid-opgedaan in het café van zijn ouders- om alle verschillende stemmen in goede harmonie te laten zingen en presteren.
Rijk
Een eigen Barok-ensemble oprichten? Klinkt prachtig en ambitieus maar geen kleinigheid in Limburg, waar blaasmuziek de boventoon voert, en Bach en andere componisten uit de Barok lang niet zo bekend zijn als in de rest van Nederland. Bovendien heeft dirigent Ehlen geen eigen orkest en hoofdzakelijk eigen spaargeld en entreegelden om zijn Collegium Ad Mosam overeind te houden. ,,Van de provincie kregen we een minimale subsidie. Pas later kregen we enige steun van de gemeente Sittard, toen men inzag dat we in de Euregio en op nationale podia successen boekten.” Hij laat zich niet uit het veld slaan en gaat door. Met het inmiddels Ad Mosam Barok geheten koor en orkest, waarvoor hij instrumentalisten inhuurt, geeft hij concerten door heel Nederland en de Euregio. Workshops, lezingen, educatieve activiteiten, ontwikkeling van talenten en masterclasses volgen. Hard werkt ‘ founding father’ Ehlen aan de uitbreiding van een netwerk dat hem in staat stelt ‘zijn kindje’ volwassen te maken en meer en meer bekendheid in binnen- en buitenland te geven. Zonder zich echter volledig te richten naar de smaak en grillen van het publiek. ,,We spelen niet enkel succesnummers. Het is ook onze taak om onbekend werk uit de Barok te spelen.”
Nu Ad Mosam Barok 30 jaar is en de publieke belangstelling blijft toenemen, is het tijd voor een andere, nieuwe dirigent en orkestleider, stelt de nog altijd jeugdig ogende zeventiger. Hoewel hij fysiek en mentaal nog altijd goed in staat is op de bok te staan, vindt hij niet realistisch om aan te blijven als dirigent. De zoektocht naar een opvolger is inmiddels gestart. ,,Onvoorstelbaar, zoveel kandidaten uit zoveel landen hebben zich gemeld, terwijl we 30 jaar geleden zomaar zijn begonnen.” Met een ,,rijk gevoel’ neemt hij afscheid. ,,Het gevoel overheerst dat ik een zaadje heb geplant en dat Ad Mosam Barok nu tot iets moois is uitgegroeid, dat velen ook kennen en waarderen.”
Foto Aron Nijs