Ik geef het toe. Ik ben een weekdier. Of een watje, zoals mijn oudste zoon me liefkozend betitelt. Zo eentje die moet sniffen bij Spoorloos. Of die de tranen in haar ogen heeft staan, als de Titanic op t.v. voor de 100e keer is gezonken. Iemand, die na eerst alles bij elkaar te hebben geschreeuwd, uiteindelijk zelf de harige 8-poter buitenzet omdat “elk leven immers telt.”

Mijn reeds eerder genoemde zoon begrijpt niet hoe het komt dat zijn moeder in haar werk een pittige (maar eerlijke) tante kan zijn, terwijl ze thuis juist zo mak als een lammetje is.

“Ik snap het niet”, is wat zoonlief 1 regelmatig zegt als zijn broer zojuist weer iets heeft weten te regelen door alleen maar met zijn mooie blauwe ogen te knipperen. “Hoe kan het toch”, vraagt zoonlief 1, “dat jij zo anders thuis bent dan op je werk?” Een fascinerende vraag om eens bij stil te staan.

Het zal vast met mijn rol te maken hebben. Als leidinggevende wordt van mij verwacht dat ik duidelijk ben. Dat ik naast ja, zeker ook nee kan verkopen. En heel eerlijk; dat kan ik uitstekend. Als ik van mening ben dat er goede argumenten zijn om iets te doen of juist te laten, dan zal ik je dat vertellen. Moet er onderhandeld worden? Vraag mij. Wil je een goede deal, bijvoorbeeld voor een schoolreisje? Ik ben je “mannetje”. Ik haalde voor coronatijd met gemak een paar honderd euro van een offerte af, die uiteraard te goede kwam aan de leerlingen. Zonder blikken of blozen geef ik in onderhandeling tegengas, totdat er een voor de organisatie, voordelig compromis uitrolt.

 

Maar o wee als ik niet op mijn werk ben, maar gewoon in familiaire kring. Dan komt er een schijnbaar ander persoon bovendrijven. De anders altijd zo doortastende dame is opeens in geen velden of wegen meer te bekennen. Onderhandelen op de zaterdagmarkt in Montpellier bijvoorbeeld? Of afdingen op een auto? Ik bak er helemaal niks van. Sterker nog: mevrouw kijkt meteen manlief aan en hoopt dat hij de onderhandelingen doet met het hopelijk door mij gewenste resultaat.

Hoe kun je nu zo verschillend zijn in een andere setting vraag ik me af? Ik denk dat het te maken heeft met het feit, dat je in je werk toch een wat meer afstandelijke rol hebt en je een verwachtingspatroon schept dat hoort bij je rol of functie. Bepaalde gedragingen komen dan sterker naar voren. Kenmerken die privé naar de achtergrond gaan. Gelukkig denk ik dan, want ondanks dat ik me prima in mijn zakelijke kant kan vinden, ben ik blij dat die zachte kant ook bij me hoort. Of moet ik week zeggen?

 

Maud Schenk-Hermans